groep1-2 groep3-4 groep5-6 groep7-8 contact onzeNieuweSite

Bewegingsonderwijs

Beginsituatie

∑ De kinderen hebben vaker over een kast gesprongen
∑ De kinderen hebben vaker diep gesprongen.
Doel

∑ Leerlingen kunnen met (platte) voeten gehurkt op de kast komen.
∑ Leerlingen kunnen op de goede manier op de plank springen.
∑ Leerlingen springen op een goede manier van de kast af.
Inleiding

Alle kinderen helpen mee met het opzetten. Het is makkelijk om een grote en duidelijke plattegrond te maken zodat kinderen zien waar alles moet staan en ze kunnen samen alles opzetten zonder dat jij je daar mee hoeft te bemoeien. Jij moet in de gaten houden of iedereen mee helpt met het klaarzetten.

Losse oefeningen; ieder zoekt een eigen plekje.

Kern

De kinderen gaan leren om op te hurken.
Ze moeten ook leren om elkaar te helpen.
- Vastpakken bij de arm.
- Helpers aan twee kanten.
- Mee lopen met het springende kind.

Bij afspringen:
- Recht omhoog eraf springen
- Buik in
- Rechte rug
- Door je knieŽn gaan als je op de grond komt
- Naar voor kijken

De bedoeling bij de banken is dat kinderen over de touwen heen springen en hun knieŽn dan goed optrekken zodat zij er over heen komen. 
Slot 

Trefbal
De leerkracht verdeelt de groep in tweeŽn.
Regels:
- Niet afweren.
- Niet lopen met de bal, anders ben je af.
- Vangbal: de langst wachtende speler van de eigen partij mag weer meedoen.
- Gezicht niet af.

Deze les is gemaakt door Jolanda Louwers.


Copyright © 2000 - 2005 Lesidee. Alle rechten voorbehouden.