groep1-2 groep3-4 groep5-6 groep7-8 contact onzeNieuweSite

Beeldende vorming

Inleiding

De bedoeling van dit lessencircuit is dat de kinderen in een soort van doordraaisysteem langs verschillende onderdelen komen en bij elk onderdeel met verschillende materialen gaan werken.
Onderwerp

Als onderwerp voor dit circuit hebben we gekozen voor het opbouwen van een stad in de vorm van een maquette. Dit onderwerp is heel erg herkenbaar voor de kinderen, omdat de kinderen zelf midden in een grote stad wonen. Ze zullen dus genoeg dingen kennen die je in de stad tegenkomt. We verwachten dat de belangstelling van de kinderen voor deze opdracht er wel zal zijn. Het is de bedoeling dat de kinderen hun individueel gemaakte werkstukjes aan het eind van de middag samenvoegen tot een grote maquette van een stad. Het is dus eigenlijk tegelijkertijd een soort groepsopdracht.
voorbereiding

Voordat de kinderen echt aan de slag kunnen met hun werkstukjes, is het van groot belang dat er eerst tijd besteed wordt aan allerlei zaken die in een stad te zien zijn, zoals hoge gebouwen, flatgebouwen, wegen, auto's, mensen, parken, enz. Hier praten we met de kinderen over in een soort klassengesprek. In deze beeldende inleiding kunnen we dan ook gelijk aandacht besteden aan de opbouw van een stad. Je zult begrijpen dat je de kinderen niet zomaar zonder plan aan het werk kunt zetten. Er zal dus eerst gesproken moeten worden over de plaats en het uiterlijk van gebouwen, parkjes, wegen, enz. Natuurlijk laten we ook beeldmateriaal zien van een grote stad zoals Rotterdam. Wanneer de kinderen zich een goed beeld hebben gevormd van een stad moet er een plan opgesteld worden om deze stad in een maquette te maken. Het is dus belangrijk dat de uitleg van de opdracht en het opstellen van een plan klassikaal gebeurt, zodat ieder kind weet wat er gaat gebeuren en waar hij of zij aan toe is.
Na deze beeldende inleiding is het heel belangrijk dat we uitleggen wat de regels zijn van dit circuit;

Je werkt in vaste groepjes aan je eigen werkstuk. De kinderen gaan dus niet tijdens het circuit van groepje veranderen.
Wanneer de leerkracht het zegt wisselt het hele groepje en gaat naar het volgende onderdeel. Werkstukjes die nog niet af zijn kunnen worden afgemaakt in het laatste half uurtje. Kinderen die overal al iets gemaakt hebben, kiezen nog een onderdeel waar ze iets gaan maken of helpen met de ondergrond van de maquette.
Werkstukjes die af zijn worden door de kinderen op een aparte tafel gezet. Dit in verband met het mogelijk omgooien of kapot gaan.

Na elk onderdeel zorgen de kinderen dat de materialen waarmee ze gewerkt hebben netjes terug doen in de dozen waar ze het ook hebben uitgehaald. Kortom, zorg ervoor dat het onderdeel dat je verlaat er netjes uitziet voor het volgende groepje.
Voordat we alle werkstukjes in de maquette gaan zetten, wordt eerst heel de klas opgeruimd. Ieder groepje ruimt de tafel op, waar ze het laatst geweest zijn.
Uit onze ervaring is dat muziek tijdens zo'n handvaardigheid, natuurlijk niet te hard, zeer rustgevend kan werken. Kinderen zingen of neurin wel mee, maar zolang dat niet storend is, is het alleen maar gezellig. Het mag dus gezellig "druk" zijn, maar niet te overheersend.
We spreken duidelijk af dat wanneer de leerkracht iets wil zeggen of wil laten zien, iedereen zijn werk even neerlegt en oplet.
Beeldende Inleiding;

Gesprekje over de stad en zijn kenmerken ( zie inleiding).
Beeldmateriaal laten zien van een grote stad.

Uitleg van de opdracht;

Vervolgens leggen we uit wat de bedoeling is (zie inleiding).

Algemene regels;

Nadat we de opdracht globaal hebben uitgelegd is het van belang dat we eerst duidelijk maken, wat de algemene regels zijn bij dit circuit. Deze regels / organisatie zijn op de vorige bladzijde in de inleiding uitgebreid beschreven. Wij vinden het organisatorisch beter om deze regels te vertellen voordat we de verschillende onderdelen apart gaan uitleggen. Dit voorkomt hopelijk, dat de kinderen na de uitleg van de werkstukjes zo enthousiast zijn dat ze direct willen gaan beginnen en het rumoerig wordt in de klas, zodat de regels misschien niet goed over zouden komen.

Uitleggen van de onderdelen en algemene organisatie;

We hebben dit lessencircuit onderverdeeld in vier verschillende groepjes. Per groepje zo'n 3 4 kinderen. Elk groepje werkt zo'n 20 25 minuten aan een bepaald onderdeel. Op het teken van de leerkracht wordt er gewisseld. We gaan samen met de kinderen aan de volgende onderdelen werken;

Onderdeel 1 werkt aan de plattegrond van de stad.
Onderdeel 2 werkt aan de gebouwen die in een stad voorkomen.
Onderdeel 3 gaat auto's en verkeersborden maken.
Onderdeel 4 maakt mensen en bomen.

Van elk onderdeel hebben we een eenvoudig voorbeeldje gemaakt. Deze laten we bij de uitleg zien aan de kinderen. Eveneens laten we de technieken zien hoe de werkstukjes gemaakt kunnen worden. Dit is dus als het ware de technische inleiding. Vervolgens gaan de kinderen aan de slag. Tijdens dit werken lopen wij rond om te helpen, te stimuleren en alles in de gaten te houden. Tijdens het werken lassen we een moment in, waarin iedereen het werk neerlegt om te kijken en te praten over de vorderingen van de kinderen. We laten tijdens dit moment ook een aantal werkstukjes zien. Problemen of moeilijkheden kunnen dan klassikaal besproken worden
Onderdeel 1: De Plattegrond.

Materialen;
Piepschuim.?
Verf.
Kwasten.
Zand.
Grind / vogelzand.
Krammetjes.

Beeldend doel;
Compositie en ordening.

Technisch doel;
De kinderen leren netjes verven.
De infrastructuur van een stad ontwerpen.

Lesverloop;

Dit is zonder twijfel het belangrijkste onderdeel van de 4. Het is belangrijk om hier met de kinderen goed over te praten en na te denken. Een stad kan namelijk niet zomaar worden neergezet. De kinderen moeten nadenken over het feit waarom bedrijven en kantoren altijd langs een grote weg liggen. Deze bedrijven hebben een goede aanvoerweg nodig voor klanten en goederen. Mensen willen graag als ze ergens gaan wonen "groen" in de buurt in de vorm van een mooie tuin, parkje of veel bomen in de wijk en langs de weg. Misschien het wel een stad die dicht bij zee ligt. In dit geval moet er dus door de kinderen een strand worden gemaakt en ook een zee of iets in die trant. Er moeten in de stad natuurlijk ook sociale voorzieningen zijn zoals sportvelden, zwembaden of een speeltuin voor de kinderen. Misschien wel zelfs een kinderboerderij. Het is dus de bedoeling dat het 1e groepje aan deze plattegrond gaat werken. Dit 1e groepje moet dus een plan gaan maken. Het is absoluut dus niet de bedoeling dat de volgende groepjes die aan de plattegrond gaan werken, deze plannen gaan veranderen. Voor dit gegeven is het dus de grootste noodzaak dat in het eerste groepje wat aan de plattegrond gaat de bijdehandste kinderen van de klas zitten. Want het ontwerpen voor het plan is het belangrijkste van de hele maquette. De groepjes die volgen houden zich dus bezig met het afmaken, inverven en compleet maken van de plattegrond. Ze gaan deze dus niet al inrichten met de diverse werkstukjes. Dit gebeurt pas op het einde. Het is dus zeer belangrijk dat er nauwkeurig gewerkt wordt aan deze plattegrond aangezien dit de basis is van de rest van de maquette van de nieuwe stad.
Onderdeel 2: Flatgebouwen.

Materialen:

Elk kind een vel Engels karton van ca. 25x35 cm.
Gekleurd papier en karton (gebruik zoveel mogelijk restjes).
Potloden.
Potjes lijm
IJzeren linialen en gewone linialen.
Zinken of aluminium platen voor het snijden.
Karton- of stanleymesjes.
Scharen.

Beeldend doel:
De kinderen passen ornament en kleur toe op een vlak.

Technisch doel:
Ritsen, snijden, vouwen en plakken van karton.
Nauwkeurig afmeten en aftekenen.

Lesverloop:

We laten eerst posters zien van hoogbouw in de stad en praten over het uiterlijk van de gebouwen. Veel mensen denken dat de flats in de stad saai zijn en allemaal hetzelfde. Het gaat erom dat de kinderen nu een vrolijk, kleurig uitziende flat of gebouw gaan maken. Ze kunnen de gebouwen nog fleuriger en echter maken door er ramen (evt. opengeklapt), balkonnetjes, liftkokers en zonneschermpjes in of aan te brengen. Laat ze hun fantasie maar gebruiken!
We laten een zelfgemaakt voorbeeldje zien.

Technische inleiding:

Heel kort laten we zien hoe de techniek van het ritsen van karton gedaan wordt en hoe er gemeten en afgetekend moet worden. De basisvorm is een vierzijdige koker. Deze wordt uit n stuk karton gevouwen. Met dunne potloodstrepen of stippellijntjes worden op het karton de vouwlijnen aangegeven. Waar vlakken aan elkaar worden geplakt komen zgn. plakstroken. We demonstreren het geheel met een reeds voorgevormde koker en een bordtekening. Nauwkeurig afmeten is dus belangrijk. Met een stanleymesje worden langs een ijzeren liniaal (zinken plaat eronder om beschadiging van tafels te voorkomen) de potloodlijnen overgetrokken, zodat de vlakken omgevouwen/ opengevouwen kunnen worden. We wijzen de kinderen erop niet te hard op het mesje te drukken, omdat je er anders doorheen snijdt. Eventjes oefenen op een stukje restkarton is handig. Lijm op de plakstrook en de koker kan in elkaar gevouwen worden. Het is belangrijk dat je de koker pas op het laatst vouwt en dichtplakt. Het uitsnijden van raampjes of het aanbrengen van zonneschermpjes en balkonnetjes gaat veel makkelijker wanneer het stuk karton nog plat op tafel ligt. Bij het aanbrengen van raampjes, bloembakken, enz. stimuleren we het toepassen van ritmische herhaling en kleurcontrast.

Tot slot krijgt de flat een plat dak. Bovendien is het leuk om niet alle flats even hoog te maken, zodat er een levendiger straatbeeld ontstaat. Door een stuk van het bovenste gedeelte van het karton af te halen kun je deze verschillen krijgen.
Onderdeel 3; Auto's en Verkeersborden.

Materialen:

Voor de verkeersborden hebben we de volgende materialen nodig;
Stevig blauw of wit karton.
IJzerdraad voor de palen waar de borden aanvast komen te zitten.
Stiften, verf, potloden.
Plakband.

Voor de auto's hebben we de volgende materialen nodig;
Kosteloos materiaal.
Lijm.
Schaar.
Gekleurde restjes karton.
Melkpakken, groot of klein.
Kartonnen doosjes.
Beeldende doelen;
Kinderen zien in dat verkeersborden bepalend zijn voor het wegverkeer in de grote stad.
Ze kijken gelijk naar de betekenis van de borden. Ze moeten dus gelijk goed gaan kijken waar de borden geplaatst moeten worden. Het is natuurlijk niet mogelijk om zomaar lukraak alle borden neer te gaan zetten.

Technische doelen;
Ze kunnen de auto's natuurlijk allemaal extra accessoires meegeven, zoals spoilers, sirenes, imperiale, enz. De kinderen mogen hier zelf over nadenken hoe zie het beste kunnen bedenken.
Waar halen ze de wielen vandaan? En als ze creatief zijn, hoe bevestigen ze deze wielen?
Het papier om de dozen moet wel allemaal netjes afgewerkt zijn. Dit is dus de techniek van het inknippen en opvouwen.

Lesverloop;

We laten ze ten eerste een aantal voorbeelden zien van verkeersborden. Dit zijn borden die je zeer regelmatig tegenkomtin de grote stad. Het gaat er hier dus om dat de kinderen weten wat ze betekenen en dat ze dadelijk niet allemaal dezelfde borden gaan maken. Je hebt natuurlijk verschillende verkeerssituaties in een stad en elke situatie heeft zijn eigen bord. Als de kinderen zelf een bord kunnen verzinnen en dat past in het beeld van de grote stad, dan is dat natuurlijk altijd goed en is altijd een plaatsje voor te vinden.
Ook hebben we foto's gezocht van een zijaanzicht van een aantal verschillende auto's. vanuit dit standpunt kun je het beste zien hoe een auto is opgebouwd.
Dan gaan de kinderen aan de slag. De verkeersborden kunnen ze in de vorm knippen die ze zelf willen. We blijven opletten dat er niet teveel van hetzelfde komt.
De kinderen die aan de auto gaan werken, moeten een keuze maken; Gaan ze een personenauto, ziekenwagen of bijv. een bus maken? De kinderen gaan hierdoor hopelijk inzien dat door een aantal kleuren en accessoires een gewone wagen een politieauto wordt en dat je door reclame op de zijkant van een doodgewoon busje een bestelauto maakt van een groot bedrijf. Ook hier moet weer goed opgelet worden. Een stad bestaat natuurlijk niet alleen uit ziekenwagens of bussen.

De verkeersborden worden als ze klaar zijn vastgeplakt aan een ijzerdraadje. Op deze manier zijn ze makkelijk in de maquette te plaatsen.
Wat betreft de auto's laten we het initiatief aan de kinderen. We vragen aan hen of hun een manier weten waarop ze de auto's kunnen laten rijden en zo ja, hoe kun je dan de wielen bevestigen? Mocht dit echt niet lukken, dan kunnen ze de wielen natuurlijk altijd nog van zwart karton maken.
Onderdeel 4: Bomen en Mensen.

Materialen;

Voor de bomen hebben we de volgende materialen nodig;
Ribbelkarton.
Crpe papier.
Evt. kranten.
Lijm.
Scharen.
Verf.
Kwasten.
Klei.
Echte takjes van een boom.
Kleiplaten.
Gereedschap om met klei te werken.

Voor de mensen hebben we niet zo heel veel nodig, namelijk;
Pijpenreinigers. Dit is ijzerdraad omwikkeld met een laagje stof om de binnenkant van een pijp te reinigen. Dit is dus heel buigzaam en geeft ook gelijk een kleurrijk effect.

Beeldend doel van de bomen;
De kinderen leren texturen herkennen.

Technisch doel van de bomen;
De kinderen leren zelf ook texturen te maken in zelfgemaakte kleiwerkjes.

Beeldend doel van de mensen;
De kinderen zien dat bewegingen van de mens eigenlijk heel makkelijk uit te beelden zijn. Je kunt op deze manier alle bewegingen laten zien van een figuur.

Technisch doel van de mensen;
De kinderen worden op een simpele manier gewezen op de manier waarop een mens beweegt en ook waar de punten zijn waar een mens beweegt.

Lesverloop;

We hebben deze twee onderdelen samengebracht omdat de technieken heel erg verschillend zijn, maar in een grote stad zijn deze twee factoren natuurlijk heel erg op elkaar aangewezen. Vanuit dit oogpunt is het belangrijk dat elk kind een mensje en een boom maakt. Tevens hebben ze dan gelijk met alle materialen gewerkt.
We hebben een aantal voorbeelden laten zien van;B Mensen in allerlei bewegingen en standen.B Parkjes.
Wel- en niet-begroeide bomen.
De kinderen hebben dus al een beeld van wat ze moeten gaan doen. Ze hebben zich al een voorstelling kunnen maken van hoe mensen bewegen en op welke plaatsen het lichaam beweegt. We laten tevens nog wat zelfgemaakte voorbeeldjes zien.

Deze tafel bestaat feitelijk uit 3 verschillende onderdelen. Kinderen kunnen kiezen uit het maken van bomen van klei of karton en papier f ze gaan een mensfiguur maken. Het moet mogelijk zijn om beide dingen te doen in de tijd die wij er voor gereserveerd hebben.

De kinderen die gaan kleien, gaan het kneden, uitrollen en maken daar een boom van. Wat voor boom is aan de kinderen. Of hij lang, klein, dik of dun is maakt niets uit. De kinderen kunnen ook gewoon een massief stuk klei rollen tot een boomstam. Ze moeten dus wel zorgen dat hij gewoon kan staan d.m.v. er wortels aan te maken. Ook moeten de kinderen er textuur aan brengen. Dit zorgt ervoor dat het niet gewoon een normaal stukje opgerolde klei is, maar dat het echt een boom wordt. Als finishing touch hebben we dan echte takjes meegenomen, waardoor het net echte bomen worden.

Bij de bomen van karton en papier mogen de kinderen weer naar eigen inzicht te werk gaan. Ze kunnen groot, maar wel tot een bepaalde grens, worden, maar ook klein, lang, dik, dun, enz. Ze krijgen ribbelkarton wat ze kunnen verven. Het relif zit er in dit geval dus al in. Ze kunnen natuurlijk in de stam nog wel gaten maken, die er bijv. door Woody ingehakt zouden kunnen zijn. De top van de boom maken ze van crpe papier of van kranten met daarom heen groen papier of groen geverfd.

De andere kant van dit onderdeel bestaat uit het maken mensen. De kinderen moeten hierbij letten op de bewegingen die mensen maken en de punten op het lichaam waar die bewegingen vandaan komen. Door het gebruiken van pijpenreinigers kan je deze bewegingen bijzonder goed uitdrukken. Als je kijkt naar de basisbewegingen van een mens, zijn dat bijna rechte lijnen. Deze zijn dus behoorlijk makkelijk na te maken. Je kunt dit spul dus ook heel makkelijk buigen. Je houdt hier heel weinig restmateriaal van over. Op de bijgevoegde kopien wordt uitgelegd hoe de verschillende eindjes aan elkaar kunnen worden geknoopt.
De maquette opbouwen;

Aan het einde van deze leerzame morgen gaan we het werkstuk compleet maken. We gaan in de kring de maquette inruimen. Eindelijk mogen alle werkstukken op de plattegrond gezet worden. We gaan met zijn allen in de kring zitten met de plattegrond op een tafel in het midden. Alle werkstukjes van de kinderen staan op tafels. Deze tafels hebben we achter de kring gezet ( zie tekening). Op deze manier hoeven de kinderen de kring niet uit en wordt er dus zo min mogelijk gelopen. De kinderen hoeven zo ook niet lang te zoeken naar hun eigen werkstukjes. Dan gaan we beginnen met het onderdeel, waar we de hele ochtend voor gewerkt hebben. We vertellen de kinderen dat er natuurlijk verschillende wijken zijn in een stad. Er is een kantorengedeelte en er is natuurlijk een woonwijk. In het kantorengedeelte kunnen de grotere bedrijfsruimten komen en in de woonwijk de woonhuisjes. Maar het is natuurlijk ook mogelijk dat aan de rand van zo'n woonwijk er een grote flat staat of dat er een kleiner kantoorgebouw is. Dit is dus naar inzicht van de kinderen. We organiseren het zo, dat de kinderen als eerste de gebouwen in de maquette gaan zetten. Dit uit het oogpunt dat gebouwen de meest bepalende factoren zijn in de grote steden van tegenwoordig. Elke stad moet zijn eigen hoge, mooie gebouw om erbij te horen, zo lijkt het. Rotterdam is in dit natuurlijk een voorloper, wat betreft architectuur in de kleine ruimte. Heel veel steden in Europa halen in Rotterdam hun inspiratie voor hun eigen bouwwerken. Nadat de gebouwen door de kinderen geplaatst zijn, gaan we dus verder met de rest. Elk kind mag per groepje nu een onderdeel plaatsen op de maquette. Dit maakt dus niet uit hoe het kind te werk gaat. Het mag eerst bomen plaatsen en daarna auto's of mensen of andersom. Natuurlijk moeten ze wel blijven kijken naar het geheel. Alles moet dus niet worden geconcentreerd op een klein gedeelte van de maquette. Het moet een echte stad worden en niet een zeer dichtbevolkte wijk. Het zou dus ook leuk zijn als de kinderen bijv. een strand maken, misschien wel iets van een strandpaviljoentje maken en mensen die liggen te zonnebaden op het strand. Ook een evt. leuk idee zouden boten kunnen zijn, die voorbij varen op zee. Kinderen moeten dus rekening houden met de planologische kenmerken van de stad. Er staan over het algemeen niet zoveel bomen in een kantorenwijk. En als je ergens een winkelcentrum hebt dan heb je daar misschien ook wel een parkeerplaats bij, waar je de auto's kunt neerzetten.

Wat er uiteindelijk met het werkstuk gaat gebeuren, is nog voor niemand duidelijk. Maar op Niels' stageschool komen ze nog steeds niet om in de ruimte, dus wij hopen er het beste van.
Tijdsplanning van het lessencircuit: Thema "DE STAD" + Literatuur

Tijd Wat gaan we doen?
08.30 - 09.15 Beeldende inleiding, uitleg van de opdracht, algemene regels, uitleg per onderdeel.
09.15 - 09.40 1e ronde.
09.40 - 10.05 2e ronde.
10.05 - 10.30 3e ronde.
10.30 - 10.55 Pauze.
10.55 - 11.00 Moment ingelast om leerling-werk te bespreken en te laten zien.
11.00 - 11.20 4e ronde.
11.20 - 11.30 Opruimen.
11.30 - 12.00 Inruimen maquette en de nabespreking

Geraadpleegde Literatuur/ achtergrondinformatie:

Handvaardig. Deeltje 2, 5, 10.
Maken is de Kunst. Deel 5 en 6.
De mooiste steden van Nederland. (Beeldmateriaal van een stad). Bron Reader's Digest.
Rotterdam Bloemhof, in vroeger tijden. Geschreven door Tinus de Does. (Beeldmateriaal).
Foto's hoogbouw.
Poster van de bouw van de Erasmusbrug. Gebruikt vanwege zicht op de hoogbouw van de binnenstad van Rotterdam.
Auto Kampioen van de ANWB.


Copyright 2000 - 2005 Lesidee. Alle rechten voorbehouden.