| voor nog meer lessen: Lesidee.nl |
trekbalGroep: groep5,groep6Vakgebied: bewegingsonderwijs Thema: overige Omschrijving: Trekballen,met mogelijkheden totdifferentieren. Zoekwoorden: gooien afgooien punten teams mikken trefbal trekbal bal Copyright © 2000 - 2001 Lesidee. Alle rechten voorbehouden. Voor meer lesideeën: ga naar www.lesidee.nl Algemene organisatie: De kinderen mogen eerst met een bal spelen totdat iedereen binnen is. Met een fluitsignaal gaan de alle ballen naar mij toe en de kinderen gaan tegen de muur, in de hoek zitten. Dan doen we een spelletje om het overgooien te oefenen, waarna we het grote spel gaan doen. De groep wordt in twee groepen verdeeld van 13/14 kinderen. Elke groep vormt een partij in het spel. Opwarmertje: de bal overgooien We beginnen met een oefeningentje in het overgooien. Alle kinderen gaan tegen de wand staan. Per twee/ drietal (afhankelijk van de hoeveelheid ballen)krijgen ze een bal. Ze moeten zo snel mogelijk naar de overkant komen, maar met de bal in de hand mogen ze niet lopen. Ze moeten naar elkaar overgooien, zodat de andere de bal kan vangen. Die blijft weer stilstaan en gooit naar de volgende en rent daarna weer vooruit. Dit doen we heen en weer. Als de bal niet gevangen wordt, wordt deze weer terug gegooid en opnieuw door de eerste persoon goed aangegooid. Het gaat hierbij niet perse om de snelheid, maar meer om het overgooien. Het spel betekenisgebied: balspel; trekbal Doelstelling: Aan het eind van de les kunnen de kinderen d.m.v. overspelen en mikken het spel spelen. Beginsituatie: Naar mijn inschatting zijn ze al bekend met het spel. Ik weet alleen niet in welke vorm ze het spel kennen. Arrangement: 2 zachte ballen Leervoorstel: Er zijn twee velden. Elk partij heeft een eigen veld. Daarnaast heb je nog een ruimte om het veld, waar de tegenpartij drie spelers heeft staan. Het is de bedoeling dat je met een bal de tegenpartij probeert af te gooien. Word je afgegooid, dan kom je in het veld van de andere partij en speel je met hen mee. Net zolang tot het veld leeg is. De personen van de eigen partij om de tegenpartij heen kunnen bij het afgooien een belangrijke rol spelen Didactische werkvormen/ leerhulpen: regels: - Niet lopen met de bal. - Minimaal drie keer overgooien, voordat je iemand probeert af te gooien. - zonder afweren - via de grond niet af - niet richten op hoofd, onder de schouders blijven Hulp: Vergeet niet de medespelers in het veld om de tegenpartij heen. Door van hun gebruik te maken, kun je de andere partij makkelijker afgooien. Hierdoor kun je ook kinderen die achter in het veld staan afgooien. partij a partij b Copyright © 2000 - 2001 Lesidee. Alle rechten voorbehouden. Voor meer lesideeën: ga naar www.lesidee.nl Te moeilijk (er worden weinig kinderen afgegooid): wel lopen met de bal, 6 personen om het veld van de tegenpartij, ook af via de grond. Te makkelijk (er worden snel kinderen afgegooid): het aantal keren overgooien verhogen naar 5 keer, wel afweren, meerdere ballen in het spel, Procesregulatie: Na het opwarmertje, worden de ballen weer opgeruimd. De kinderen gaan dan weer in de hoek aan de kant zitten. Na de uitleg van het hoofdspel laat ik de kinderen zelf twee partijen kiezen, totdat de helft ongeveer gekozen is. Dan deel ik de rest van de kinderen in. Het spel begint als ik de bal in het veld gooi. Als ik merk dat het niet loopt en weet waarom, dan stop ik het spel door een fluitsignaal, vraag om de bal en geef een korte aanwijzing, waarna het spel weer hervat wordt.
|