Leerjaar:
2
Mentor:
Datum:
School:
Uur: 
Vak: 
W.O.
Onderwerp:
Kip en ei
Lesopgave:
Leerboek:
Doelstellingen:
Leerplandoelen:
-
7.2 kinderen beleven en ervaren dat de natuur voor hen veel betekenissen heeft.
-
7.5 kinderen ontdekken dat er tussen mensen onderling, dieren onderling en planten
onderling veel gelijkenissen bestaan. Dat houdt in dat ze basisbegrippen om de
uitwendige bouw van een dier te beschrijven correct kunnen hanteren.
-
7.7 kinderen zien in dat mensen, dieren, planten aangepast zijn aan een leefwijze in
een bepaald milieu. Dat houdt in dat ze een verband kunnen leggen tussen de
kenmerken van een dier of plant en de leefwijze in een bepaald milieu.
-
7.8 kinderen ontdekken dat planten, dieren en mensen zich op een of andere manier
voortplanten. Dat houdt in dat ze beseffen dat een levend wezen steeds voortkomt uit
een ander levend wezen van dezelfde soort. Vaststellen dat een dier gedurende een
periode ontwikkelt in een ei voor het wordt geboren. Weten dat geboren worden
betekent: het verlaten van het ei. Weten dat het verwekken van kinderen meestal de
uitdrukking is van een liefdesrelatie tussen twee partners. Verwondering en
bewondering tonen voor elke vorm van nieuw leven.
-
7.9 kinderen ontdekken en zien in dat elke mens, elk dier en elke plant een
ontwikkeling doormaakt. Dat houdt in dat ze vaststellen dat ze groeien. Dat ze stadia
in een ontwikkeling kunnen onderscheiden en chronologisch rangschikken.
Lesdoelen:
-
De lln. vertellen over de verschillende stadia van ei tot kip.
-
De lln. noemen de belangrijkste kenmerken van de kip op.
-
De lln. noemen de belangrijkste kenmerken van het ei op. 
2
Tok tok! Wie is daar?
Op stok met de kippenfamilie.
Het mannetje noemen we een 
Het vrouwtje noemen we ook wel eens een
Het jong noemen we dan een 
Ik ben een
Ik ben een 
Ik ben een
Ik kan 
.
Ik kan 
Ik kan 
? Weet je het nog ?
Hoeveel eieren legt de kip per dag? 
Op een moment zal de kip een nest vol eieren hebben en er geen meer bij leggen, wat zal ze
dan doen met die eieren in dat nest? 
Hoeveel dagen moet die kip dat doen?
Hoe geraken de kuikentjes uit het eitje?
Welke kleuren hebben de kuikens als ze pas geboren zijn?
In welk seizoen leggen de kippen het meeste eieren?
3
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
                                                 
Het ei aan de binnenkant.
Kies uit deze woorden
Kiemschijf
Hagelsnoeren
Vlies
Dooier
Eiwit
1
Lesverloop
Werkvormen en media
1.
Oriëntatie (5 min)
Kijk eens wat ik hier bij me heb. ? een kip!
Laten we ze even van dichtbij bekijken. 
1.1. de veren
Welke kleuren hebben haar veren? … Zijn de veren even lang? … Heeft ze overal veren? 
1.2. de poten
Hoeveel tenen heeft de kip? ? Ze heeft er 4. Waar zitten die tenen? 3 vooraan en 1 achteraan.
Waarvoor zou dat zijn? ? Zo kunnen ze makkelijker op hun stok zitten. Hebben die tenen nagels? 
1.3. de kop
Waar zitten de ogen? … Welk kleur hebben die ogen? … Hoe noemen we dit? ? de snavel.
Waarvoor zou die dienen? ? Om te eten, om te ademen. Wat zou ze zoal eten denk je? ? maïs, …
2.
uitleg (15 min)
2.1.
de familie kip (5 min)
Ken je nog een andere naam voor een “vrouwtjeskip”? ? een hen.
Welk geluid zal ze maken? ? Ze zal kakelen.
Hoe noem je het mannetje? ? een haan.
Wat kan de haan dat de hen niet kan? ? kraaien.
Kippen krijgen ook jongen. Hoe gaan we die noemen? ? kuikens
Welk geluid gaan die maken? ? ze gaan piepen
2.2.
verhaal (7 min)
Ik heb hier een kippenverhaal. Luister goed, zodat je straks de vragen kan oplossen. 
De kip. 
Prenten aan bord.
2
Lesverloop
Werkvormen en media
Hoeveel eieren legt de kip per dag? ? 1 per dag
Op een moment zal de kip een nest vol eieren hebben en er geen meer bij leggen, wat zal ze dan
doen met die eieren in dat nest? ? De kip gaat broeden.
Hoeveel dagen moet die kip dat doen?
?
Ongeveer 21 dagen.
Hoe geraken de kuikentjes uit het eitje? ? Ze tikken de schaal stuk met hun bekje.
Welke kleuren hebben de kuikens als ze pas geboren zijn? Geel met soms bruine vlekken.
In welk seizoen leggen de kippen het meeste eieren? In de lente.
 
3.
begeleide inoefening (5 min)
In het verhaal hoorde je in welke volgorde alles gebeurde van ei tot kip. Ik heb hier nu een
heleboel prenten aan bord gehangen, maar ze hangen nog niet in volgorde. We gaan ze samen
eens proberen in volgorde te hangen.
Wat heb je eerst nodig om een ei te kunnen leggen? ? een kip.
Wat gaat ze dan doen die kip? ? Dat ei leggen.
(enz. …)
4.
zelfstandige verwerking (10 min)
Jullie mogen dat nu zelf eens proberen. Je krijgt een wit blad en de prenten. Je legt ze eerst goed.
Je kleeft ze enkel op na de verbetering.
De helft van de klas mag daarmee beginnen. De andere helft mag vooraan komen. Straks gaan we
omwisselen.
Lkr. deelt werkblad uit.
Prenten (zelfde al op het
werkblad)
Wit blad + prenten
3
Lesverloop
Werkvormen en media
5.
Uitleg (20 min)
5.1.
Het ei aan de buitenkant (5 min)
De helft van de klas mag de prentjes kleuren van ei tot kip. De andere helft die mag hier vooraan
komen. Straks wisselen we om.
We hebben al de kip besproken. Ik heb hier ook nog enkele eieren mee. Bekijk ze eens goed, laat
ze niet vallen. Zijn er verschillen? ? het ene ei is groter dan het andere, de kleur verschilt wel
eens, …
Welke kleur ei een kip legt, is te zien aan het oorlelletje. Een witte oorlel betekent witte eieren,
een rode oorlel bruine. De kleur van het ei zegt niets over de smaak.
De eerste eieren die een hen gaat leggen gaan we “henneneieren” noemen. Die wegen een 40
gram. Ik heb hier een zakje mee met 40 gram zand. Later gaat de ei gewone eieren leggen en die
zullen meestal groter zijn. Ze kunnen zelfs meer dan 70 gram wegen. Ik heb hier een zakje met
70 gram zand. 
Hoe noemen we de buitenkant van het ei? ? de schaal.
5.2.
Het ei aan de binnenkant (5 min)
1
Ik zal nu een ei breken in de schaal. Ik tik de zijkant van het ei tegen het bord en breek het ei.
Dan laat ik de inhoud van het ei voorzichtig op het bord glijden. Hoe ziet de binnenkant van de
eierschalen eruit? Hoe noem je dat dunne velletje in de eierschaal? ? vlies.
2
Wat zie je op het bord? Hoe noem je het doorzichtige? ? eiwit En hoe noem je de gele bal in het
midden? ? dooier Raak hem voorzichtig met een vinger aan. Hoe voelt dat? Kijk goed of je op de
dooier een klein wit rondje ziet, dit is de kiemschijf waaruit, als het ei bevrucht was, het kuiken
zou groeien.
3
Zie je waarmee de dooier aan het ei vastzat? We noemen dat hagelsnoeren. De hagelsnoeren
zorgen ervoor dat de dooier op zijn plaats blijft zitten.
5.3. klassikaal de invuloefening maken
6. evaluatie (3 min)
We verbeteren. Nu mag je de prentjes opkleven. 
Demonstreren
Zakjes zand
Verbetering